Een Belg eet elke dag gemiddeld 270 gram vlees of 102 kilo per jaar. Daarmee staan we in de top vijf van de wereldranglijst, voorafgegaan door de VS, Spanje, Denemarken en Frankrijk. In 2005 werd wereldwijd 265 miljoen ton vlees geproduceerd. Het vijfvoud van een halve eeuw geleden. Als de vraag zo blijft stijgen zal de vleesberg tegen 2050 aangroeien tot 465 miljoen ton. De toenemende vraag heeft de methodes waarop dieren geteeld worden de laatste decennia drastisch omgevormd. Het vlees dat in de supermarkt ligt is niet afkomstig van in de grond woelende varkens of in het wild grazende koeien, maar van echte fabrieken die hun dieren krachtvoer geven om ze sneller te laten aandikken.
Meer dan zestig procent van de totale productie van granen, maïs en gerst wordt gebruikt voor veevoer en alle maïs die de 25 EU-lidstaten in 2004 produceerden, was uitsluitend voor veevoer bestemd. Onze veestapels zijn zelfs zó groot dat onze eigen landbouwgrond niet volstaat om het vee van voedsel te voorzien. En wat doen we dan? Inderdaad, we zoeken onze toevlucht in de derde wereld. Enorme stukken oerwoud worden in Brazilië omgekapt om voedsel te telen voor ons vee...En dat is niet alles. Dat voer moet dan nog de oceaan overgebracht worden wat zorgt voor onnodige transportkosten en nutteloze vervuiling. Jaarlijks importeert België uit Afrika 1.320.000 ton maniok. Ons vee eet het voedsel op dat we roven van mensen uit de derde wereld.

Ook voor global warming is veehouderij een ramp. De uitstoot van broeikasgassen door de veeteelt overtreft zelfs die van transport. Het probleem ligt vooral bij de herkauwers. Die hebben het voordeel dat ze cellulose – dat in grassen en bladeren zit – kunnen verteren en daardoor kunnen leven van gewassen die niet voor menselijke voeding in aanmerking komen. Maar bij het verteringsproces stoten zij - lees boeren en windjes laten - grote hoeveelheden methaan uit. De impact van methaan is 23 keer groter dan die van CO2. In België is 95 procent van de totale methaanuitstoot te wijten aan runderen. Op wereldvlak is één vijfde van de totale methaanuitstoot afkomstig van de veeteelt. Ook de mest zorgt voor broeikasgassen. Mest geeft in grote hoeveelheden lachgas af. De impact van lachgas is 296 keer die van CO2. Wereldwijd worden 2,2 miljard ton CO2-equivalenten de lucht in geblazen door de productie van lachgas in de landbouw. Ten derde is er nog de gewone CO2-uitstoot, vooral afkomstig van ontbossing, verwarming van serres en stallingen, en het gebruik van fossiele brandstoffen in het hele productieproces.
Of met andere woorden: Één biefstuk zorgt voor evenveel broeikasgassen als een ritje van zeventig kilometer met een doorsnee wagen. Voor de steak op je bord ligt, heeft hij vijfduizend liter water opgeslokt.




2 reacties:
En hoe worden die 5000 juist berekend? Of heb ik iets niet goed begrepen? :)
Het drinkwater van de koeien hoort ook bij dat getal. Maakt misschien veel duidelijk...
Een reactie plaatsen